Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 1-2 )
aldus aan: „ Ei, ei, jood! er loopt een
leelijk gerucht van u; men zegt, dat gij
een heksenmeester zijt. — „ Jahernam
deze, „ wat zegt men al niet; men zegt
ook, dat de heer ambtman er geen is.
60.
Vervolg.
Behalve deze welvoegelijkheidsregelen zijn
er nog verscheidene, die hier blootelijk aan-
gestipt kunnen worden. Zij, die zich toe-
leggen, om, in hunne gesprekken, de wel-
voegelijkheid niet te kwetsen, zullen zich in
de keuze van de stof voor hunne gesprekken
niet alleen, maar ook in de inkleeding (de
wijze van voordragt,) naar de bekwaamhe-
den, kundigheden, en, voor zoo verre het
zonder verzuim van hoogere pligten geschie-
den kan, zelfs naar de neigingen van diege-
nen rigten, met welke zij spreken, en ver-
volgens met een ieder, — mits onder de
reeds opgegeven bepaling — naar zijne ma-
nier
Ml