Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 171 >
Wat leert ons dc welvoegelijkheid van dit
gezegde denken?
5) Is het prijzen of laken, wanneer
men van iemand zegt: hij spreekt als een
boek?
6) Eenige woordspelingen ter beoordee-
ling: Een geleerde, die geen schilder van
beroep was, hield zich echter voor een
groot kunstenaar in dit vak. Als hij eens,
met groote zelfvoldoening, zyne schilde-
rijen aan eenen beroemden schilder toon-
de, maakte deze de aanmerking: Das
dn grosser Pinscl gemaakt, hetwelk be-
teekent: Dit heeft een groot schilder of
een groote domkop gemaakt. In tegen-f
woordigheid van den grooten wijsgeer en-
gel te Berlijn, betuigde iemand zijne
droefheid over den dood van den beroem-
den tooneelspeler flecK, met deze woor-
den: „ Een'' FLECK krijgt het, tooneel
zeker niet veer." — „ Zeker nog vele,"
hernam engel , „ niaar geen' tooneelspe-
ler." — Een ambtman, die met eenen
jood bekend was, sprak denzelven eens
II 2 al-

m