Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 170 )
kunstmatig aangevoegde, volzinnen bedienen,
maar zij heeft meestal korte, doch wel za-
menhangende volzinnen, en veroorlooft zich
somwijlen geringe taalfouten, als: hij is
grooter als ik, enz. De kunst, om zich
juist, bepaald, en pittig uit te drukken, en
elk voorwerp met zijne ware kleuren te
schilderen, moet door oefening, en opmerk-
zaamheid op de taal van beschaafde lieden,
geleerd worden.
Opg. i) In welk geval zoude men,
door het spreekwoord: Er gaan vele
makke schapen in éénen stal, tegen de
welvoegelijkheid zondigen ?
2) Hoe moest het onder n». 3. opgege-
ven verkeerde beleefdheidsformulier gezegd
geweest zijn?
3) A. werd gevraagd: heb ik de eer
(of het genoegen) den heer A. te zien ?
en antwoordde Jal Was dat beleefd?
4) Een ander hernam, op de uitnoodi-
ging, dat hij zoo goed zijn wilde, zich
zelf van eenige spijs te bedienen: „ ik
zal zoo goed zijn en bedienen mij zelfl"
Wat