Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 2 )
zljii^, iadUtt eea j.Qi;Lg raen^k Qcoeii -vaoiru-
nien volwassenen verzoeken wilde zich te
bedekken of den hèëd ^ te zetten. Ge-
beurt het, dat een jong- mensch met eenen
ouderen persoon zamen gaan moet, dan
vereischt de welvoegelijkheid, datinj dezen
aan zijne regter hand gaan late, en, indien
hg tot dat einde van plaats veranderen moest,
niet voor, maar achtci", den anderen omga.
Gaan meer personen zamen, dan wil de
welvoegelijkheid, dat men den voornaamsten
in het midden gaan late. Het spreekt van
zelf, dat, onder jeugdige bekenden van ge-
lijken ouderdom en gelijke burgerlijke betrek-
kingen, deze etiquette niet behoeft in acht
géhóiTiefi te ivorden. Maar het zoude onbe-
tamelijk Zijn, wanneer jonge lieden eenen
Volwassenen, wien zij achting schuldig zijn,
a^n de tiükerhandjf welke men voor de minst
aanzienlijke plaats acht, gaan lieten. De
Hianiêr vin de tegenwoordige eeuw heefr,
wel is waar, menige ouJerwetsche"gebrui-
ken, op welke men eertijds angstvallig lette-'
dè, afgesdiaft"-^ daartoe behotïrt ook ■ het"
* angst-