Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 159 )
ons iemand tegen aan eenen trap, welken
wij .juist ook op- of af- willen stijgen, dan
is bet welvoegelijk, zoo lang. beneden, of,
in Jjet omgekeerde geval, boven, te blijven
sraan, totdat de andere op- of af- gestegen
zij. Komt men elkander .editer eerst dan
tegen, wanneer beide reeds on een "
van den trap zijn, dan behooren wij op een
der breedste treden, en wel op de smalle
zijde van denzelven te blijven staan,' opdat
de andere zoo gemakkelijk als mogelijk voor
ons voorbij kunne gaan. Komt men voor
een huis, in hetwelk te gelijker tijd ook
een ander wil ingaan, of voor eenen trap,
dien ook een ander wil bestijgen, dan zal
men zich niet voordringen, maar den andei
ren laten vooruitgaan. Bij het afklimmen
van trappen laat men anderen vooraan gaan;
ook bij het opklimmen vereischt dit de wel-
voegelijkheid jegens personen, welken wij
eene hoogere achting schuldig zgn. In en-
kele omstandigheden, echter, kan he« niet
alleen niet onwelvoegelijk, rmaar zelfs feeta-
melflk zijn, bJg liet opklimmen van steile
mp-