Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 149 )
bezigheden, welke wij op ons genomen iieb-
ben, is reeds, zonder betrekking tot de wel- •
voegelijkheid, de pligt van iedereen. De
wetten der welvoegelijkheid, echter, verplig-
ten ons nog in het bijzonder, om de zaken,
welke wij met anderen af te doen hebben,
stiptelijk en zoo spoedig mogelijk af te doen.
Traagheid, langzaamheid, onbedachtzame ijl-
vaardigheid, nalatigheid, vergetelheid, ver-
strooijing, wijdloopigheid bij het behandelen
van etne zaak met anderen, is eene regtstreek-
sche kwetsing van de welvoegelijkheid. Men
wordt niet alleen anderen lastig, maar be-
rooft hen, onnoodigervvijze, van een gedeelte
van hunnen, dikwijls kostbaren tyd; wanneer .
men zwarigheden maakt, waar er geene zijn; •
wanneer men nuttelooze, tot de zaak niet
dienende, bijzaken er in mengt, waarbij men
niet zelden de hoofdzaak geheel uit het oog.
verliest. Zoo onwelvoegelijk als het zijn
zoude, zijne zaken met anderen met een
norsch of verdrietig gelaat af te doen; even '
onwelvoegelijk is het ook, bij ernstige aan-
gelegenheden, boertend of laf vrolijk te zyn..^
G 3 De