Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 147 )
men slechts een vriendelijk en een Jagcbend
gelaat niet met elkander verwisselt, kau met
de natuurlijke vriendelijkheid, die de begrq^
ting moet vergezellen, zeer wel een andete
regel bestaan, namelijk: men groete jnet
deftigheid, en, waar het zijn moet, zelfs
met plegtigheid. Het handgeven is een te«-
ken van vertrouwdheid, dat alzoo alleen in
dat geval voor niet onwelvoegelijk te houden
is. Het eertijds gebruikelyke handkussen,
waarmede personen van het mannelijke ge-
slacht de vrouwen begroetten, is thans wt
de mode geraakt. Men moet zich, te dezan
aanzien, houden aan hetgeen, wat ter plaatse,
waar men zich bevindt, gebruikelyk is. Be
conventionele welvoegelijkheid schrijft !nog
dezen regel voor: groet men iemand op de
straat in het voorbijgaan; zoo moet men den
hoed niet op die zijde afnemen, aan welke
dc ander gaat, opdat liet Wederzijdsdie zien
van elkander daardoor niet belemmerd wor-
de. Intusschen is deze regel niet zonder
uitzondering; zij laat zich niet altijd en in
alle omstandigheden betracluen, «oader dat
G % mea