Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
i$^ Men fioetnt zicïi «elvé nu eens eehen
tSenaar, dah eénen gehooi'raöieïi, dan weder
«enen onderdäHigen cfi^nasr. Naar het aan-
genomen spraakgebruik geeft men, door de
I^aïste iUttoik]ypg,;5enen.-bQQgei-£n graad.van
eerbied en hoogachting te kennen, dan door
de beide eersten. óp «ich zelf beteekent
het gebruik van de eene of andere spreek-
wijs volstrekt niets; maar waneer iemand,
uit een gezelschap, dat uit lieden van hoo-
geren rang tetäat, ênkél met de woorden:
dtcmar, Wïlde Vertr-dcken, -zoude hij
«lerj' tegen dé wtlVoegèlijkheid handelen.
Dewijl allèsi, wfcrmede men zich belagchelijk
maken kan,'met de wdvoegelijkheid strijdt,
heeft mén odk Saarop te zien, dat men zich,
b^ het iflittÉiSèB -cÄ vèrtrekkén, van geene on-
gepaste spteekw^gzen •bedfene, als wanneer
tóen , b. V. tegen ^en «iek^n zeide: „ ik
wensch « cóiHinftaöfe vah gezondheid." Dat
c^ne , ' met tëa «omber onvriendelijk gelaat
gqjaarde, "begroéfing eene openlijke kwet^
9Hig va» väe welvöei^Iplieid is, volgt reeds
wit htt Soél der üegiSJëtihg zelf. Wanneet
men