Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 143 )
die ons des avonds bij liet verlaten eener fai
milie, bij welke wij te eten geweest zijn,
aiitlicht, eene zoogenoemde fooi te géven,
moet men zulks niet nalaten, -maar datgene
geven, wat gewoonlijk gegeven wordt. Die
zich op eene vreemde plaats bij eene fa-
milie, eenigen tijd, ak gast ophoudt, moet
insgelyks niet vertrekken, zonder de moeite,
welke zijne tegenwoordigheid den dienstbo-
den veroorzaakt, door eene evenredige fooi
te vergoeden.
§. 52.
WelvoegeUjk gedrag jegens zieken.
Zeer grovelijk zouden diegenen tegen de
welvoegelijkheid handelen, die verzwakte
zieken, door een te lang vertoeven, door
te hard spreken, door te veel vragen, lastig
vielen. Ook zoude het onbetamelijk zijn,
in het spreken met hen, van dingen te ge-
wagen, die hun ligt eenige ontevredenheid
konden veroorzaKent Hunne geoorloofde en
t. ^ bil-