Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 141 )
ven met de inkomsten in zoodanige verhotT-
ding gebragt werden, dat er steeds eerffi
grootere of kleinere som overbleef,' waar-
van niet alleen in tijden van nood, wanneer
de vorige bronnen van bestaan opdroogden»
het onderhoud, maar ook de zoogenoemde
eeruitgaven, bestre^len konden worden. Het
geld, bespaard om in tijden van nood, zich
zeiven te onderhouden, noemden zij nood-
penning; en het geld, tot de zoogenoemde
eeruitgaven afgezonderd, eer-penning. Eene
eeriiitgave is namelijk eene zoodanige uit-
gaaf, welke ons niet zoo zeer door eene
wet der regtvaardigheid, maar veelmeer door
eene inachtneming der welvoegelijkheid tot
eenen pligt gemaakt wordt. Gemeenlijk ver-
stond men, en verstaat men ten deele nog,
onder eeruitgaven de geschenken, welke
men, bij voorb., bij het ten doop helfen
als zoogenoemde petegift, of ook aan eenen
bloedverwant bij de eene of andere geschikte
gelegenheid, of eenen zijner zoogenoemde
feestdagen, zoo als op den trouwdag, ver-
.jaardag, enz. plagt te geven. De gewoonte
van