Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 139 )
geven, hoe het hem bijzondei' aangenaam
den anderen met zoodanige kleinigheid te
kunnen gerijven. Dat men, bij het bewijzen
van wezenlijke weldaden, het teer gevoel des
begunstigden ontzien moet, leert ons reeds
dc zedeleer. Maar ook de welvoegelijkheid
vereischt dit. „ Gij rijdt daar een goed,
zeker paard," zeide de beroemde Fransche
maarschalk de turenne tot eenen officier,
die eigenlijk een oud, zeer slecht paard reed,
maar te arm was om een beter te koo-
pen, — „ de mijne zijn voor mij ouden
man bijna te driftig, te wild; gij zoudt mij
verpligten met te willen ruilen." Eigenlijk
was deze ruiling een geschenk. Maar hoe
oplettend was niet de wijze, waarop tu-
renne dit geschenk deed! Al hebben óok
jonge lieden geene paarden weg te geven,
zij kunnen evenwel in deze anekdote eènen
wenk vinden, boe de welvoegelijkheidsregel,
„ om big het bewijzen van weldaden hec
kiesch gevoel van den ontvanger te ontzien ,'*■
in bijzondere gevallen van toepassing z'^ïx
kan. Hoewel de ontvanger eener weldaad in
al-