Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 136 )
ligde dankbetuiging geheel weg te laten, of
;elfs die slechts te lang te verschuiven; dik-'
wijls ook is het onbetamelijk den weldoener-
tegendienst te beloven. Het zoude tegen
de welvoegelijkheid strijden, indien men den
bijstand, welken men bij eenen anderen
zoekt, als eene kleinigheid, of als eene zaak
van onbeduidende w^aarde, wilde voorstellen.
Wanneer al de dienst, dien iemand ons be-
wijst, dengenen, die hem ons betoont, niet
vele moeite of opoffering kostte, voor hem,
wien hij bewezen wordt, is die altijd eene
zaak van belang. Wiens gedrag derhalve
den naam van welvoegelyk verdienen kan,
zal bij het verzoekén. om'eenige gedienstig-
heid , niet bij voorb. zeggen: ik beu wegens
eene geringe zaak in verlegenheid, uit welke
gij mij helpen kunt; maar hij zal zich zoo
uil jt >kken, dat hij betuigt datgene, hetwelk
de cndrre voor hem doen zal, als eene groo-
te j: 'emüghtld aan te merken. Om zich
tc ov - 'ien, dat eene, hier als welvoegelijk
ssiip- . /.ene, taal van dien aard, niet eigen-
lijk a;a uaam van veinzerij verdiene, be-
hoeft