Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
karakter van zulke neigingen niet verlooche-
nen , welke aan de, hare rijpheid naderende,
inenschheid toekomen. Dat deze driften
vroeger ontwaken, dan zij moeten of mogen
bevredigd worden, is eene wijze inrigting
der Godheid; want, in de eerste opwellingen
dezer driften, zouden jonge lieden van bei-
derlei geslacht eenen aandrang gevoelen, om
zich, door geschiktheid en een goed gedrag,
de achting waardig te maken der achtens-
waardige personen van de sekse, waartoe
zij, volgens hunne natuur, niet behooren,
ten einde eenmaal in zulke betrekkingen te
komen, in welke het hun mogelijk wordt,
den wensch te bevredigen, welken zij hebben
naar eene vereeniging met een edel persoon
van de andere sekse. De begeerte oni te
behagen kan veel bijdragen, om de zeden
van den gezelligen mensch te verzachten,
en hem zei's soms tot groote pogingen in
staat stellen; en de ondervinding leert, dat
zij reeds dikwijls eene medewerkende aanlei-
ding ter ontwikkeling van edele vermogens
worden, die zonder haar misschien nooit
«oti-