Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( <5 )
zekere gedaanten der uitwendige vooi'werpen
in de levende en levenlooze wereld, er zijn
zekere vermogensuitingen, die ons behagen
of mishagen. Al dat gene nu, hetwelk wij,
door middel v^n dit gevoel, met welgeval-
len waarnemen, heeten wij schoon. Hel
sch'oone bevalt ons, ni'et ómdat het'waar",
goed, of nuttig is, jn^af enkel om zijner
gedaante wil. Zoo vinden wij, bij voor-
beeld, menigen appel schoon, zonder dat hij
nuttig of eetbaar iS. Wat ons, daarentegen,
om zijner gedaante wil mishaagt, noemen wij
hclijk, niet schoon^ ook wel afzigtig. Die
aanleg in onze geaardheid, door middel van
■welke wij het schoone en niet ichoone, als
zoodanig, waarnemen kunnen, noemt mea
smaak of gevoel voor het schoone^ ästhe-
tisch gevoel. lemaiid, bij wien dit gevoel
eenen zekeren trap bereikt, zegt men, heeft
fijnaak of gevoel voor het schoone. Die het
schoooie, en deszelfs tegenovergestelde, snel
en juist waarneemt, of die, over het schoo-
ne en niet schoone, zoodanigerwijze oor-
deelt, dat zij'n oordeel met dut van andere
be-