Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 131 )
elkaar misschien nooit zouden hebben leeren
kennen. Zoo lang zij, in den eigenlijken
zin des woords, nog kinderen zijn, zijn er,
voor dezen omgang, geene andere regels,
dan die, welke het onbedorvene kinderlijke
gemoed zich- zelf geeft. lyoch de knaap
nadert allengskens de jongelings jaren, en
iict meisje wordt eene jonge dochter. Vol-
gens eene wijze inrigting der natuur, pleegt
zich, omtrent dezen tijd, bij beide geslachten ,
eene verandering te vevtoonen, die men wil
uitdrukken, door te zeggen: De jonge lie-
den beginnen zich te voelen. De voorstel-
ling , dat zij tot een, van het andere ver-
schillend , geslacht behooren, ontwaakt thans
in hunne zielen op eene duidelijker wijze,
dan die voorheen bestond, en met deze
voorstelling ontwaken te gelijk zekere drif-
ten, die het kind nog onbekend waren.
Deze driften, zullen slechte in ruwe , en door
slechte opvoeding en dechte vDotbeddcn Be-
dorvene, jeugdige zielen den stempel eehér
dieriyke rwvheid dragen; doch, bij zedelijk
«1. godsdienstig opgevoede jonge lieden ,• het
F 6 ka-