Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 1=8 )
nen, en zich door de voorregten, die hun
reeds door dit gelukkig lot, en inzonderheid
door eene goede opvoeding, ten deel vallen,
dubbel laten opwekken, om zich, ook in
opzigt tot de welvoegelijkheid, zoo te ge-
dragen, dat zij hunner familie geene schande
aandoen, en dat zij veeleer reeds vroegtijdig
door hun goed gedrag te kennen geven, dat
ii) eens den burgerlijken rang hunner ou-
ders voor zich zeiven zidlen trachten te
verdienen. Dat zij het geluk, van aan eene
edele familie te behooren, niet onwaardig
zgn , zullen zij, onder anderen, ook daardoor
■ bewijzen, dat zij zi«h jegens jongere lieden
cn volwassenen uit de zoogenaamde lagere
standen beleefdelijk gedragen; ook jegens
hen. Vleier hulp zij voor het öogenblik niet
behoeven. Inzonderheid echter legt de wel-
voegelijkheid hun den pligt op, om zich
jegens de bedienden van hunne ouders be-
leefd, bescheiden en erkentelijk te gedragen;
wantj de dienende huisgenooten zijn niet in
den dienst der kinderen. Dewijl kinderen
nog niet, door nuttige diensten, hunnen
kost