Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 126 )
vertrouwden voet; dat zij zich ceiiter ook
niet de gebrekkige gewoonten eigen maken,
welke zij bij hen mogten waarnemen.
Opg. i) Zijn diegenen, die veel ver-
mogen hebben ai eene groote vertering
maken, voorrumer dan zij, die weinig
vermogen hebben? - ^
a) Wie is voornamer, een bcliwaam«
kunstenaar, of een rijk koopman? Of
kan men eigenlijk deze vraag in het ge-
heel niet opgeven?
3) Jegens wien behoort men zich be-
scheidener, beleefder en gèdiensdger te
gedragen, jegens den haiidwerksman, denr
-koopman, óf den kunstenaar? enz.
4) Wat berekent het, of wat kan het
■betetJtenen: met ietriand^ veel omslag ma-
- ken?- en met welke iJersonen behoeven'
- yonge lieden zoo veel oraslaginiét te maken?
' 5) Wélke is de etrrijkste beigheid in
- de burgerlyké maatschappij? In hoe veler-
W Zift kan deze vraag verstaan worden?
6y Wefte oitlegging hteft bet spreek-
■Wöord: Met groote heeren rs niet goed-
kersen eten? - §'47-