Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 125 )
burgerlijken rang hebben. Naardien de bur-
gerlijke rang yan de meer of minder gewig-
tige bezigheid, welke iemand bedrijft, eo
wel naar aangenomene, gedeeltelijk willekeu-
rige, bepalingen afhangt, hebben jonge lie-
den , die nog geen burgerlijk beroep hebben,
eigenlijk ook nog geenen burgerlijken rang;
en het zoude de grootste dwaasheid zijn,
indien kinderen op den rang van hunne ou-
ders eene gegronde aanspraak wilden maken.
In opzigt tot den jeugdigen ouderdom is
derhalve ieder bejaarde, die eene voor het
algemeen nuttige bezigheid bedrijft, althans
voornamer dan kinderen kunnen zijn. De
regelen der welvoegelijkheid, hier toepasse-
lijk, zijn derhalve de algemeene regelen,
welke de jeugd in den gezejligen omgang
met volwassenen te betrachten heeft. Ver-
mits bescheidenheid met geene indringelijk-
heid bestaan kan, eischt pligt en welvoege-
lijkheid , dat jonge lieden zich niet aan per-
sonen van hoogeren burgerlijken rang op-
dringen, zich niet het voorkomen aanmati-
,gen, als waren zij met dezelve op eenen
F 3 ver-