Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'C •109 ^)
•veHegenheid te besparen; veel Ciinder ver-
oorlooft liij zich te gewagen van een Ifg.
chaamsfebrek, hetwelk toevallig een der aan-
wezendeh leeft, of zelfs eene anekdote, dte
•daarop betrekking heeft, te vertellen, enz.
In tegenoverstelling van hoffelijkheid (jirba-
pleegt 'men welde uitdrukking boerscJi-
'heid te gebruiken. Kleinsttedsch daarente-
•gen noemt men eene overdrevene, soms' ih
■het-belagchelijke vallendè,' beleefdheid. Het
spreekwoord „ al te beleefd is half lomp ^
■schijnt niets anders te kennen te geven, dan
^at men, daar- eene verkeerde toepassing der
beginselen van beleefdheid zeer ligt in'liet
-tegenovergestelde gebrek kan vallen', éri eene
lompheid begaan , gelijk .de waarti-, die ^ij-
■jien gast uit den slaap'Avckte', bm hem eenen
goeden nacht tc wenschen. De beleefdheid
jnoet ook niet in ouderwetsthe compliménttn ^
die niets anders dan zekere -van buiten ge-
leerde spreekwijzen zijn y veel min in' vleije-
rij ontaarden. Vleijerij bestaat in loftuitin-
gen , welke degene, aan wien zij gegeven
worden, niet verdient. Den bescheidenen
.-• bren-