Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
■( io8 )
^dezen een naam niet wil bijvallen, te hulp;
^wanneer hij de vraag van eenen anderen niet
.verstaan heeft, vraagt hij niet enkel: „ wat
zeidet gij," maar neemt, met betrekking tot
fien burgerlijken rang der sprekenden, hierbij
jsene min of meer beleefde wending; jegens
personen van hoogeren rang bedient hij zich
niet van de gemeenzame spreekwijzen: mijn
beste^ mijn waardel hij voegt er zich niet
Ayanne^r,-anderen in het geheim spreken;
liij dringt niet vooruit, wanneer meer per-
sonen iets uit het venster willen zien; hij
Xreedt veeleer terug, en ruimt aan anderen
de gemakkelijkste plaats in; hij brengt of
zendt datgene, hetvvelk iemand hem geleend
heeft, of hetwelk hij in handen van eenen
^deren wenschte te zien, naar deszelfs wo-
• iiing, en verlangt van hem niet, dat hij het
zelf naar huis drage; hij beurt, zoo iemand
iets uit verzien heeft laten vallen, hetzelve
onet gedienstigheid op; een verzien, dat een
ander in gezelschap begaat,, wanneer die bij
yoo^. iets breekt, schijnt hij in het geheel
piet te merken , om denzelyen eene nieuwe
ver-