Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
c 105 )
5, Stem alles maak, wat ik wil.*' Vertoon-
de dit antwoord bescheidenheid, of kun-
stenaars hoogmoed? en bestrafte de ko-
ning dezen hoogmoed niet zeer gepast,
toen hij hernam: „ Wel nu, zoo raad ik
u, er een paar kousen zonder gaten vaa
te maken." -
3) Dikwijls spreekt men van eenen geest-
voor kleinigheden^ soms in eenen goeden
soms kwaden zin. Wat verstaat men in het
algemeen onder eenen geest voor kleinig^
heden ? en in hoe verre kan dezelve tót
een welvoegelijk gedrag medewerken ; - Hn
hoe verre, daarentegen5 kan daardoor de
welvoegelijkheid gekwetst wor-den? Van
welken aard zijn de kleinigheden, op wel-
ke men loffelijkerwijze moet acht geven?
Van welken aard zijn die, op welke het
berispelijk is acht te geven? '
' • f
e ' ••
. -i
E 5 i' 38-