Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C lo:^ )
dcc'tclijk ook zulk eene zucht voor zijn ei-
gen iicluk, by welke men de pligfxatige in-
aclnneming van het \velzijn van anderen
verwaarloost. De verkeerde voordeelige uice-
ning van zijne eigene ingebeelde, niet ^mer-
kelijk voorhandene, voDrtrefTclijkheden wordt
ook somwijlen, schoon niet geheel bepaald,
eigendunk genoemd, waarmedemtn, in het
bijzonder, dien eigenwaan bedoelt, die de
eigene inzigten voor de beste houdt. De
ijdelheld zoekt eer en lof in kleine onbedui-
dende dingen, bij voorb. in eenen overcke--
venen opschik, enz. De trotschheid laat de
hooge meening, welke men van zijne be-
gaafdheden heeft, in het gedrag jegens ande-
ren tamelijk uitblinken ; de hoogmoed is ee*
ne, met -verachting van anderen gepaarde,
boog^liatting van zich zeiven; dë opgebla*
zenheid zoekt, op eene grove plompe wijzé,
hare begaafdheden te doen gelden. Betwete-
rij kan geene tegenspraak verdragen, ver*
ooFlooft zich^elre echter, anderen tegen te
opreken,- cn wel soms in lage, gemeene,
iiitdrukkfiig<3n.y als: die dat niet begrypt,
moet