Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
t 1
C 3 )
deren, wanneer aan onbekwame en pligtver-
getene, wanneer aan zoodanige menschen,
wier geest onbeschaafd, wier hart niet ver-
edeld is, niet die achting te beurt valt, wel-
ke hunne betere tijdgenooten enkel aan bra»
ven en verstandigen kunnen schenken.
Doch niet zelden heeft men gelegenheid,
om eene waarneming te doen, die in den
eersten opslag vreemd schijnt:
Ook zulke metischen, welken het noch
- aan bekwaamheid in hun vak, noch aan
een goed hart ontbreekt, zijn niet altijd
bij anderen zoo bemind, als zij, uit
hoofde van die goede hoedanigheden, wel
verdienden.
Er zijn zekerlijk onderscheidene oorzaken,
uit welke dit verschijnsel zich laat verkla-
ren. Zeer dikwijls kan men de zoodanigen,
welke dit lot treft, van alle schuld vrijspre-
ken. Maar velen van hen, die de liefde
en achting ontberen, op welke zij, wegens
hun verstand en hart, aanspraak konden ma-
ken , moeten het zich zeiven wijten. Zij
zijn namelijk daarom minder bemind en min-
A 2 ikr