Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( lOI )
gen, welke men hem mogt geven, niet zoo
gedragen, alsof hij ze verdiende, ofwel zelfs
verwacht had; maar hij zal trachten, met
beleefdheid, ze van zich af te keeren. Daar-
entegen zïl hij de begaafdheden van anderen
gaarne en met vermaak erkennen en eeren.
De bescheidenheid mag echter niet in krui-
pen ontaarden. Met deze, van honden en
kruipende dieren ondeende, uitdrukking,
duidt men een gedrag aan, door hetwelk
men zich jegens anderen verkagt, de naT
tuurlijke voortreffelijkheden, welke men als
' mensch heeft, geheel schijnt te vergeten ,
en zich, in vergelijking met deijgcnen, je-
gens Wien men kruipend is, voor een veel
geringer wezen aanziet. Den Jioogsten graad
vjn dit, de menschbeid onteerend, gedrag,
bereikt de tafelfchuimer, — Aan den ande-
ren kant staat tegen de echte bescheidenheid
over, het cgohmus, de eigenwaan, waaron-
der zulk eene hoogschatting van zijnen per-,
soom, van zijn ik, verstaan wordt, bij wel-
ke men de begaafdheden van anderen gering
ai;ht, of wel in het geheel niet erkent, ger
£ 2 deel-