Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
ü
( 100 )
3) Welke benaming verdiende de jon-
geling, die den hem voorgezetten kop
koffij niet wit genoeg vond, naar de
melkkan greep, zijn kopje, tot overloopen
toe, met melk volgoot, en twee stukken
beschuit re gelijk tot zich nam?
4) Het zal niet overtollig zijn, wan-
neer men beproeft het woord Onheteutcrd'
held woordelijk en-zakelijk te verklaren.
§. 37.
Befcheidcnhe:d.
5) Befcheidcnheld. De bescheidene maakt
sléchts eene gematigde aanspraak -op de ach-
ting en bewondering van anderen, ouidat hij
'inziet, dat zijne goede hoedanigheden nog
altijd zeer onvolmaakt zijn. Men kan daar-
om zeggen, dat de bescheidenheid eene ma-
tiging i$ van iemands eigene voordeelige
meening nopens zijne begaafdheden. De be-
scheidene zal zich <imom, bij de-loftuitin-
gen