Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 106 )
4) Edele driestheid, cnverfchrokkenheid,
en onbeieuterdheid, die ons niet, door eene
al te angstvallige beschroomdheid voor klei-
ne onaangenaamheden, in zigtbare verlegen-
heid doet zijn, wanneer wij met iemand te
spreken hebben. Edele driesthéid vertoont
zich, onder anderen, daardoor, dat men den-
genen , met wien men spreekt, vrij, doch
niet stijf, in het gezigt ziet. Wie, uit ge-
brek aan vertrouwen tot zich zeiven, altijd
vreest niets van pas te doen, is bloode, be-
schroomd , beteuterd. De bloode begaat-,
uit beteuterdheid, ontelbare overtredingèn
der welvoegelijkheid. Hij beantwoordt tle
lofspraak, bij voorb.: „ gij speelt het kla-
vier voortreffelijk" met een eenvoudig Ja.
Hij waagt het niet, dengenen, tot wien hij,
zonder onwelvoegelijkheid, naderen konde
of moest, nabij te komen; en kwetst, juist
daardoor, de welvoegelijkheid, waarvan men,
met eene edele driestheid, minder gevaat
loopt. Doch zoo aanprijzenswaardig 'ook
zulk eene edde driestheid zij, even zoo aan-
stootelijk en veel aanstootelijker dan Hoo-
beid