Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 96 )

Opgeruimdheid. Edele driestheid.
r 3) Opgeruimdheid. Zij bestaat in die ge-
moedsgeaardlieid, dat men aan de voorwer-
pen, zoo veel mogelijk is, liever een aan-
genaam dan een onaangenaam aanschijn ge-
ve , en vertoont zich dikwijls door vriende-
lijkheid, door de uitdrukking van welwil-
lendheid in de gelaatstrekken. In den om-
gang met ons gelijken, mag deze opgeruimd-
beid, vooral bij jonge lieden, zonder over-
treding der welvoegelijkheid, dikwijls in
vrolijkheid, somtijds ook in grappigheid
overgaan, maar nooit in moedwillige uilge-
latenheid ^ die zich door veel gerucht te ma-
ken vertoont, nooit in laffe fchertj'en^ die
gemeenlijk als kattenspel eindigén, of in on-
betamelijke dubbelzinnigheden verkeeren.
Opgeruimdheid kan met ernjiigheidy welke
men somtijds ook soliditeit noemt, zeer wel
gepaard gaan. Een, den jeugdigen ouder-
dom niet eigenaardige, emstigheid of stijf-
heid.