Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 94 )
rust, aan welke lilj, zoo lang hij van der-
zelver juistheid overtuigd is, onveranderlijk
getrouw blijft, zonder echter daarbij de ge-
oorloofde verlangens en gegronde voorstel-
lingen van anderen uit het oog te verliezen.
Aan vele menschen ontbreekt deze eigen-
schap, die ook somwijlen standvastigheid,
ook wel edele gelijkvormigheid, genoemd
wordt. De niet zelfstandigen, de wankel-
moedigen hangen, in hun doen en laten,
gemeenlijk van luimen af. Heden zijn zij in
den hoogsten graad vrolijk; morgen zijn zij
meer dan ernstig; heden staan zij alles toe,
morgen, misschien over een uur, weigeren
zij alles; heden laten zij zich alles welge-
vallen, morgen zijn zij zoo gevoelig, dat zij
zich door de geringste kleinigheid beleedigd
rekenen. — Met de zelfstandigheid moet men
echter de eigenzinnigheid niet verwisselen,
uit welke zoo vele onwelvoegelijkheden in
den gezelligen omgang ontstaan. De eigen-
zinnige geeft volstrekt geen acht op de mee-
ningen-, voorstellingen en begeerten van an-
deren; maar staat stijf op zijn stuk, zonder
zich