Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
Wijlen pleegt te zeggen, zijn eigen decorum
hebbe. Een gedrag, dat met regt welvoege-
lijk zal heeten, moet met deze eigendomme-
lijke welvoegelijkheid volmaakt overeenko-
men. Doch, ongeacht deze verscheiden-
heid, berust het wezenlijke van een welvoe-
gelijk gedrag in den omgang met anderen
op iets gemeenschappelijks. Dit grondbe-
ginsel van alle welvoegelijkheid bestaat daar-
in , dat men zich eene zekere denk- en han-
delwijze t rächte eigen te maken, welke de
zoogenoemde gezellige deugden en derzelver
voorwaarden in zich bevat, en de tegen-
overgestelde gebreken vermijdt. Eenige hier-
toe behoorende wenken zijn reeds in de in-
leidirg gegeven. Het is evenwel noodig ze
wat nadtr uit een te zetten.
§. 35.
Ledachtzaamheid. Zelfstandigheid,
Wie minder gevaar wil loopen om de re-
gejen van welvoegeiykheid te overtreden,
moet zich