Boekgegevens
Titel: Korte schets van de geschiedenis der Nederlandsche gewesten: een leer- en leesboek inzonderheid voor meisjes
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1825
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5521
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205971
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Nederland, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte schets van de geschiedenis der Nederlandsche gewesten: een leer- en leesboek inzonderheid voor meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 120 —
tidewijh was een man van een dienstvaardig, min-
zaam Ivaralvter, die iedereen gaarne, waar liij sleclits
konde, behulpzaam was, en den nood der Hol-
landers, zoo veel mogelijk, verligtte: van wispel-
turigheid en spilzucht kon men hem echter niet
vrij pleiten. Het begin van zijne regering getuig-
de reeds ven zijnen goeden wil, daar hij de Fran-
sche soldaten uit het land deed vertrekken, het
welk onze Landgenooten van eenen zwaren last
ontsloeg. Ook toonde hij zijne menschlievendheid,
door dadelijk ter hulpe te snellen van het ongeluk-
kige Leiden, welks schoonste gedeelte, in Janua-
rij 1807, door een schip met buskruid geladen,
hetwelk in de lucht sprong, geheel en al werd
vernield. Aldaar hielp, troostte en verzachtte hij
het lijden overal, waar hij slechts konde. Ons
leger moest intusschen Napoleons bloedige va-
nen volgen : in Duitschland en Spanje streden Ne-
derlanders voor eene vreemde zaak. L odewijk
toonde zijne veranderlijkheid, door eerst te U-
trecht, en toen te Amsterdam, in plaats van te 's
Hage, de hofplaats te vestigen. Na den vrede te
Tilsit in 1807, voegde i\apcleon Oostfriesland
bij Holland; maar nam de stad en hayen van Vlisr
sjngen voor zich. Een besluit van dien vorst,
dat het vaste land verbood, eenigen zeehandel te
drijven, vernietigde thans onze uirzigten en de
zenuw van ons bestaan. Wanneer men daarbij
nog voegt, dat men de uitgaven van onzen staat
niet naar de inkomsten regelde, en er jaarlijks mil-
li"