Boekgegevens
Titel: Verzameling van Nederlandsche spreekwoorden: opgehelderd voor de jeugd, en tot schoolgebruik ingerigt
Auteur: Braakenburg, David
Uitgave: Haarlem: erven François Bohn, 1828
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2224
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205933
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van Nederlandsche spreekwoorden: opgehelderd voor de jeugd, en tot schoolgebruik ingerigt
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 28 )
heid fpraken. Van daar, dat men no<r heden
zegt, dat lüj, die de waarheid bemint en fpreekt,
een vriend der Zceuy/en is.
Wilt gij hiervan een voorbeeld? Denk aan
de gerchieienis van de ruiter. Toen hij door
eenen zeeroover overmand was, werd hem een glas
wijn aangeboden. „ Ben ik een gevangen man
„fprak hij, zoo fchenk mii water; maar ben ik
vrtj,,4oo fchenk mij wijn." Zoo fprak hij al-
tijd de taal van zijn hart, dat is: Goed rond ^
goed zeeuwsch.
HOLLAND IS IN LAST.
In het jaar 1562, werd ons Vaderland, door
eenen verichrikkelüken watervloed bezocht. Ota
denzelven te herdenken, werd er van 's Lands
wege eenen pennina: geflagen, waarop eenfchip,
door de golven geflingerd was afgebeeld, bene-
vens eenige mannen, die met de handen om-
hoog geheven, baden: ,,Heer! Behoed ons,
wij vergaan!"
Het Vaderland was toen wel in nood, dat
is: in last of druk. En wie denkt daarbij niet met
weemoed aan den laatften vloed, van den vier-
den Februarii 1825?
Het bovengaande fpreekwoord wordt echter
ook op dezulken toegepast, die van elke beuzeling
eenen grooten ophef maken, als ware zij met
het grootlte gevaar vergezeld.