Boekgegevens
Titel: A. H. Niemeijer's Grondbeginselen van opvoeding en onderwijs
Auteur: Niemeyer, August Hermann; Stiller, F.; Prinsen, P.J.
Uitgave: Te Amsterdam: bij Schalekamp en Van de Grampel, 1828
Opmerking: Vert. van: Grundsätze der Erziehung und des Unterrichts für Eltern und Schulmänner. - 1796
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 680 J 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205921
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Didactiek, Onderwijs, Opvoeding, Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   A. H. Niemeijer's Grondbeginselen van opvoeding en onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 257 )
53 Ned. duimen Iioog, 20 duimen breed en 7 dui-
men van de tafel verwijderd. De pooten onder ta-
fel en bank worden van deelen gemaakt, 5 Ned. dui-
men dik.
De tafel en bank worden aan elkander verbonden
door liggers met fleuven, gemaakt van taai hout van
6 en 10, en met vier houten pennen of ijzeren fchroe-
ven opgedoten.
Beneden door de pooten van de tafel gaat een rigchel,
eenigzins aan de voorzijde gebragt, dienende om de
tafel behoorlijke (tijfte te geven en voor fchranken te
beveiligen, alsmede voor de kinderen om de voeten
te doen rusten. Deze rigchel wordt ter zijde van
iederen poot met houten fpiejen opgedoten.
Voor ieder kind, dat fchrijven leert, wordt een
halve Ned. el plaats gerekend.
De leertafels bedaan uit een fchuin blad , ter breedte
van 23 dunnen. Hoogte van tafel en bank als voren.
Ook wordt onder dezelve eene plank gemaakt tot ber-
.ging der boeken , alsmede de flrook en rigchel aan-
gebragt. Aan deze tafeltjes rekent men de plaats van
een kind op 40 Ned, duimen.
De borden, welke dienen om daarop met krijt te
fchrijven, en die in iedere fchool ten minfte drie be-
hooren te zijn, worden 9 palmen hoog en 14 palmen
breed gemaakt. Deze borden moeten zoodanig aan
den muur hangen, dat zij op willekeurige hoogten kun-
nen gefchoven worden.
Een of meer dezer borden kan men zoo doen in-
rigten, dat daaraan plankjes met muzijklijnen kunnen
gehangen worden, waardoor zij dan tevens tot mu-
zijkborden ftrekken.
Het geftoelte voor den onderwijzer valt, volgens de tegen-
woordige inrigting, geheel weg; evenwel blijft een klein
R ta-