Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
S7 J^ '
De Aardriikskimde en de Gefchiedenis worden bij
vele voornamelijk aangeroerd, omdat zij op het be-
rigt gemeld ftaan ; doch de beoefening er van
fchijnt zoo verward cn vlugtig te wezen, dar het
geleerde weinig kan beklijven; gcüik zulks ook het
geval blijkt te zijn met de overige aangehaalde vakken
van oefening, behalve het danfen , de handwerkjes
en eenige fchitterende kleinigheden, aan welke verre-
weg het grootfie deel van den tijd wordt opge-
offerd.
Wij erkennen gaarne, dat de handwerkjes eene
regt vrouwelijke bezigheid zijn, en zien met wel-
gevallen de borduurnaald of het bloempapier in de
hand der' fekfe; maar wij gelooven geenszins, dat het
aanmerkelijkfte deel van den fchooltijd en de groot-
fte oplettendheid aan dezelve behooren ^vijd te
worden. De feholen, wij moeten dit nogiimls her-
■ halen, zijn niets anders dan inrigtingen ter ontwik-
keling en ter vorming van de jeugd" voor derzelver
beilemming in de maatfchappij. Het fchoplonder-
wijs dient dus, voor de beide fekfen, onderfchci-
denlijk gewijzigd te zijn; waar de jongeling veel,
goed en grondig behoeft te weten, heeft het meisje
llechts zoo veel noodig, als vereischt woi'dt ter ont-
wikkeling van het natuurlijk oordeel, ter vorming van
den fmaak en ter leiding van de verbeeldingskracht.
Het meisje kan befchaafd worden door een min-geregeld
onderwijs in vele vakken van kennis; de bloem van
fommige wetcnfchappen is voor haar genoeg, en
het onderrigt in dezelve mag dus minder droog zijn
dan voor jongelingen. Het is zulks op de bedoel-
de feholen ook werkelijk,, maar het Haat tot een
.tegenovergefleld uiterlle over; het wordt bijna nut-
teloos ; het leert eenige kunstjes, eene gemaakte
onnatuurlijke houding, eene geaffecteerde f^praak en
verzuimt veelal het degelijke. Dit is ondoelmatig; ook
de meisjes moeten op de feholen waarlijk ontwik-
keld, zachter, nederiger, toegevender gemaakt wor-
den dan zij anders zouden zijn; door eene voorzig-
tig gekozene lezing van Werken van fmaak , moet
men haar verlland befchaven , haren wil ten goede
neigen; kinderlijke gefprekken moeten haar vernuft,
ën vrolijkheid gelegenheid tot werking geven, Ci^t-'^e
D 5 vrouw