Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 39
Het is Avaar , het aanleeren van vreemde taleu
vormt juist den vreenideling niet; maar de- beoefe-
ning bij voorlceur van eene vreemde taal, die de
gedurige lezing harer voortbrengfelen veroorzaakt,
doet ons vervuld worden met den geest harer Natie
en verwijdert ons van het inheemsch gevoel. De
dagelijkfche voorbeelden be^vijzen dit bij velen. Als
gi) uwen zoon tot een nuttig burger van Nederland
wilt opleiden, oordeelt gij het immers niet noodig ,
hem vooraf te vervullen met aan onzen landaard
vreemde denkbeelden? De hierboven aangehaalde
Schrijver zegt: „ Zij worden alzoo belagchèlijker,
„ dan de zotheid zelve," (♦) en te regt, want zij
verkrijgen door zulk eene opvoeding niets geheels.
Heeft de ondervinding ons geleerd, dat de doch-
ters betere vrouwen en moeders, of meer voor de
genoegens van haren kring of van het Land vat-
baar geworden zijn, fmds ook zij allen een kost-
baar tijdperk op de Franfche fchool verfpilden ? Ik
zeg verfpilden, omdat flechts weinige meisjes van
dc meer gegoede fl:anden op het land en in de klei-
nere lieden of van den burgerflrand, waar ook wo-
nende , tot zulk eene vaardigheid in eenige vreemde
taal kunnen geraken, dat zij in latere jaren werke-
lijke dienften of genoegens uit derzelver kennis kun-
nen trekken ; en , omdat, indien een gelukkig ge-
heugen en vlug verfl:and dezelve al tot eene vol-
doende kennis deden ftijgen, gebrek aan onderhoud
die kennis evenwel, in weinige jaren , zoodanig doet
afnemen , dat een eenigzins meer dan oppervlakkig
Werk voor haar onverfl:aanbaar wordt.
Het aanleeren van eene vreemde taal is dus, zoo
lang men der kinderèn tijd beter kan bededen, fcha-
delijk ; immers al houdt men ook de bekendheid
met buitenlandfche fpraken voor eene verfiering van
den geest, dan nog is het onbetwistbaar, dat het
noodzakelijke moet gaan voor het enkel nuttige, en
dit weder voor het enkel verfraaijende.
Hoe veel meer menfchelijks en nationaal nuttigs
zouden de meeste jongelingen, en alle meisjes van de
be-
CD Stijl,
t. a. pl. bladz. 388.
C 4