Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
sa fé
,, met al hare gevolgen, ongeneeslijk zijn." (♦) ^
Even als de Maatfchappij, door hare Prijsvraag, be-
wijst te vvenfchen, wil ook hij voornamelijk op
het opkomend geflacht werken, terwijl de vermo-
gens van het verfl:and tegelijk met de hartstogten
zich ontwikkelen, ten einde hetzelve de aloude
deugden in te fcherpen, cn zich die te doen eigen
maken.
Over het onderv/ijs op dc fcholen.
Deze fchoone pligt rust vooral op de fchouders
der Onderwijzers; aan hen wordt, meestal, de ge-
heele vonning der ■ jeugd, voor zoo verre die plan-
matig gefchiedt, overgelaten; om deze reden ftelde
de Prijsvraag de fcholen, te regt, op den voor-
grond , en wij zullen, de opgegevene orde volgen-
de, daarom ook met dezelve aanvangen.
i. Tot heden werd op de fchoien, offchoon er
de Vaderlandfche Gefchiedenis onderwezen wordt,
te weinig tijd aan het Vaderland gewijd. Onzes
oordeels, moest alle onderrigt met hetzelve in ze-
ker verband itaan; de Aardrijkskunde, de Natuur-
lijke Historie moest ei' niet onderwezen worden,
dan met gedurige invlechting van de bijzonderhe-
den, op onzen bodem te vinden, en van de ont-
dekkingen en verbeteringen, aan dezelve, door Ne-
derlanders, bijgezet. Dc dienflen, aan de Natuur-
kunde , hier te Lande, bewezen, behoorden aan het
kind, dat men met de beginfelen dezer wetenfchap
bezig houdt, te worden bekend gemaakt. Vooral ech-
ter moest er meer tijd worden gegeven aan de be-
oefening der Gefchiedenis zelve. Deze behoorde,
van den beginne aan, nevens de lees-, fchrijf-, re-
ken- en Hollandfche Taalkunde, (f) in de lagere
klasfen, het voornaamfie onderwerp voor kinderen,
van alle flanden? uit te maken. Op deze wijze zou de
kleine reeds vroeg eenig denkbeeld bekomen van de
wor-
(*) Stijl, t. a. pl. bladz. 388; siegenbeek,
t. a. pl. bladz. 25c.
(t) Siegenbeek, t. a. pl. bladz. 251—254.