Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
2Ö ^
van het doel bedrevenheid in huishouding en brood-
winning was, ging men bij velen over tot eene leiding
van het opkon\end geflacht, welker eenig oogmerk
uiterlijke bevalligheid fchijnt te zijn. — Hetgene
men voorhenen welligt te weinig aan de vorming
van een behagelijk voorkomen befteedde, wordt thans
in verdubbelde mate, en, m vele kringen, met ach-
terftelling van al het andere, vooral bij het vrou-
welijk geflacht, daaraan prijs gegeven; ten einde
daarin te flagen, valt de keus van het onderwijs,
veelal, op buitenlanders; en ziedaar, derhalve, dc
jeugd op eene regelmatige wijze tot navolging en
beoefening van vreemde zeden aangefpoord !
Kan het anders, of zulk eene opvoeding moet
alle nationaal karakter verwoesten ? Kan de jon-
geling, die, als kind reeds, ter belooning voor
zijnen arbeid , door Onderwijzers en Ouders, op
het aanllaande danspartijtje gewezen werd, alwaar
hij, {iiiet ah kind met kinderen zal mogen [pelen,
maar) als een Fransch petit - maître, de van den
Dansmeester geleerde, en van oudere jonge lieden
afgeziene, kunsten voor het tienjarig meisje zal
ten toon fpreiden ; kan zulk een jongeling een man
ran den alouden Nederlandfchen ilempel worden?
Kan hij immer iets anders dan ' een verfranschte
Hollander, iets anders dan een — middelding zijn,
dat nergens regt te huis behoort? Maar, — indien
dit kwaad is, zoo zulks de Natie doet ontaarden,
waar is dan de bron van dat kwaad te zoeken? Is
het niet de volgzucht der ouderen, die verdubbel-
de volgzucht bij de kinderen opwekt? Of, zal het
lieve meisje, dat door de Natuur tot zacht, huisfe-
lijk geluk beftemd werd, nu het zich, van de tee-
derfle jeugd aan, onophoudelijk en altijd, een fraai
kleed als de grootfte weldaad, als de hoogde be-
looning voor infpanning en vlijt, als het zekerde
kenmerk van der ouderen tevredenheid over haar,
hoort voordellen ; zal het meisje, dat de grootde
toebereidfelen tot eene zamenkomst van kinderen
ziet maken; dat voor eenen uitgang ten keurigde
uitgedost wordt ; dat zich reeds, op haar achtde
jaar, door jonge Heertjes ziet omringen, en reeds
geleerd heeft met dezelve hare rol te fpelen; zal
dat