Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
overhellen, dat wij eindelijk geheel daaitncde zijn
befmet geworden, (♦)
De kundige en te regt hooggefchatte s t ij t
fchreef deswege het volgende: (f) „ Een bijzonder
„ zwak, dat ons van tijd tot tijd geen minder na-
„ deel (dan de valfehe en verleidende befchaafd-
heid) heeft toegebragt, is die onmatige zucht
„ voor vreemdelingen, waardoor wij veivallen in
„ eene ongerijmde nabootfing van alles, wat zij qns
„ tot voorfchrift aanprijzen.—Moet het niet vreemd
„ fchijnen, dat onze landaard, zoo af keerig van
5, vreemde Regeringen, zoo gereed is, om zich aan
„ de gevoelens van vreemdelingen, in bijna alles,
5, te ondenverpen ? Een volk, nog korteling uit
„ zich zelf tot alles bekwaam , vernedert zich tot
„ eene blinde bewondering van al zijne nageburen;
„ vereenigt al hunne gebreken met de zijne; ver-
„ dooft het vuur zijner verbeelding, en verkracht
„ zijne beste vermogens, ja de zuiverheid zijner
„ zeden, om het fpeeltuig te worden van uitheem-
„ fche zwetfers, die in hunne vuist onze onnoo-
„ zelheid belagchen, 't Is ook aanmerkelijk, dat
„ vyij, het minst van allen naar de Franfchen ge-
„ lijkende, deze nogtans bovenal tot onze mees-
„ ters kiezen. Een Duitfcher kan ons foms doen
„ gelooven, dat hij tien of twaalf kunsten ver-
„ Haat; hij kan ons de beurs ligten; doch , ein-
„ delijk het bedrog ontdekkende, worden wij foms
„ afgefchrikt voor het vervolg. — Maar! een
„ Franschman regeert ons onbepaald; hij regelt on-
„ ze kleeding, onze manieren, onze armen en bee-
„ nen, tot den minsten opflag van onze oogen toe."
Dusdanig heeft deze vooringenomenheid met vreem-
de zeden onze zucht voor het nationale vemoest,
cn tevens onze achting voor den Godsdienst onder-
mijnd: want wat elders geleerd, verkondigd, of in
bedrijf gebragt werd, was hier, in veler oogen,
ontwijfelbare waarheid. Niet alleen in uiterlijke
zeden en kleeding gaf Frankrijk ons wetten
en
(♦) SiECENBEEK, t. a. p1. bladz. 3—7; Marti-
ne T, t. a. pl. bladz. 557 en 558.
(0 T. a. pl. bladz. 35)7.