Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
yk as Äi
DERDE HOOFDSTUK.
OORZAKEN DER VERBASTERING.
Het komt, wil men de hand aan de herftelling
van gebreken flaan, er in de eerste en voornaamfte
plaats op aan, de oorzaak der kwaal te onder-
zoeken , ten einde deze, zoo veel mogelijk, weg
te nemen, en daarna, door gepaste middelen, de
genezing te voltooijen. Deze regel geldt ook in
de bevestiging van het overgehoudene, en de her-
lielling van het verzwakte, in het echt Neder-
landsch karakter, en daarom achten wij het aller-
gewigtigst, den oorfprong der linds lang aange-
vangene verbastering, zoo als die, naar ons in-
zien, beflaat, op te geven.
In een handeldrijvend gewest wonende, zijn wg
onderworpen aan eene geftadige wrijving van denk-
beelden , zeden en eigenfchappen, welke wel het
ruwe befchaaft, doch tevens het eigendommelijke
vermindert. — Een Land van welvaart bezeten heb-
bende, waren wij blootgefteld aan eenen gedurigen
toevloed van vreemdelingen , die , fchoon onder ons
levende, niet dadelijk de gehechtheid aan de hun
eigene gebruiken en zeden konden afleggen, en
evenmin hunnen kinderen, in gelijke mate, den
Nederlandfchen geest inftorten, als een inboorling
zulks van zeiven deed.
Ligt het nu in den aard der menfchelijke natuur,
fteeds eene levendige voorkeur voor het plekje,
waar mert als kind gefpeeld, als jongeling gedar-
teld heeft, te koesteren, zoo is het natuurlijk,
dat
VN,--