Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
hij eertijds was, en dat men dus bij ons, als
volk, te vergeefs zoeken zal naar die aloude be-
llendigheid in kleeding, zeden en handelingen, wel-
ke de kenteekenen waren van eene veêrtoclit van
ziel en ligchaam, zoo fchoon als de Gefchiedenis
bij eenig volk ten toon fpreidt.
Deze flotfom nu, met die der voorgaande Afdee-
ling , vergelijkende, fchijnen wij, zonder onregt-
vaardigheid, de uitfpraak van een diepdenkend be-
oordeelaar onzer Natie, alhier, wel te mogen over-
nemen. Hij zegt : (*)
„ Wat mij betreft, ik geloof ter goeder trouw,
„ dat onze Voorvaderen beter waren dan wij, niet
„ zoo zeer, omdat zij minder ondeugden en meer-
„ der deugden bezaten , maar omdat zij een vast
„ karakter hadden, waaruit die beide voortvloei-
„ den. De Nederlanders van vorige eeuwen had-
„ den nationale ondeugden, misfchien meerder dan
„ wij weten, en niet minder dan hunne tegen-
„ woordige naneven, zeker althans waren de hun-
„ ne veel grover, woester en dierlijker.---
„ Maar zijn wij daarom in zedelijkheid gelijk aan,
„ of boven de vorige gedachten? Dit ontken ik.
„--Ik beweer — dat wij de voorouderlijke
„ ondeugden niet zoo zeer hebben afgelegd, als
„ wel hervormd, en onder eene meer dragelijke ge-
„ daante behouden. •— Indien de ondeugden der
„ Vaderen woester en fchandelijker waren, de on-
„ ze zijn gewis meer fchadelijk en verwoestender
„ voor het volkskarakter. Befchaafde ondeugd is
„ in mijn oog fnooder dan ruwe euvelmoed ; de
„ laatfte vertoont zich in al zijne affchuwelijk-
„ heid, doet zich op het eerste gezigt verfoeijen,
„ en brengt dus zijn eigen behoedmiddel mede;
„ geheel anders is het met de eerste gelegen; ge-
„ pleegd op eene beredeneerde wijze , door hare
„ verfijning dragelijker in de maatfchappij, en, door
„ meer bedekfelen, listiger, bevalliger uitgevoerd,
5, ondermijnt zij alle gronden van zedelijkheid; zij
„ ver-
co OcKERSB, t. a. pl. bladz. 175. v. v.