Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 19
gardes d'honneur vveggefleept. (*) Nog liggen de
moedige daden van fommige mannen, en eenige bur-
gerijen, in den jare 1813, in ons geheugen, ea
doen de vreesachtigheid en het weifelend gedrag
van anderen bijna vergeten. Nog vestigen wij het
oog zoo gaarne op den geest der Natie, een jaar
later gebleken. Nog vleijen wij ons, dat de Staats-
mannen, die ons jeugdig Rijk ten fieraad (trekken,
geene uitzonderingen op het algemeen zijn. — "Waar-
fchijnlijk , echter, blijft het, (en klimt deze waar-
l'chijnlijkheid, bij eene onpartijdige vergelijking vail
onzen eersten opftand tegen den laatften, niet bij-
na tot zekerheid?) waarfchijnlijk blijft het, zeggert
wij, dat de woelingen en wisfelingen, welke ook
Nederland, in het laatlle der afgeloopene cn in
deze Eeuw, gefcliokt hebben, eenen geest van wan-
kelmoedigheid hebben voortgebragt, die uit het be-
fchouwen van de onbeftendigheid der Staatsregelin-
gen , en der betrekkingen van de meeste volken, ge-
boren is, en dat deze veranderlijkheid de onbe-
paalde achting voor de opeenvolgende Beiluren on-
dermijnd heeft; eene achting, welke alleenlijk uit
de blijken en de ondervinding van der Regenten
wijsheid, regtvaardigheid en beitendigheid van grond-
beginfelen voortvloeit, en in een Land van Vrij-
heidminnende en denkende burgers zoo noodig is
tot duurzame orde en hartelijke medewerking.
De flotfom dus opmakende, zien wij, dat de he-
dendaagfche Nederlander, offchoon nog veel prij-
zenswaardigs bezittende, echter, in zijne huisfelijke
betrekkingen, minder zuinig, zedig en huisfelijk
is; dat hij, in de zamenleving, naar het voorbeeld
van naburige volken vervormd, de ware wellevend-
heid , welke zich door daden kenmerkt, verwisfeld
heeft voor fchoonklinkende woorden en een uit-
heemsch voorkomen; dat de ftaatkundige beroei-in-
gen en veelvuldige omwentelingen hem , als Vader-
lander, niet hebben kunnen doen blijven hetgene
hij
(*) Cedenkßuk der Verlosfing, eriz., uitgegeven door
de Maatfchappij: Tot Nut van U Algemeen, D. I. blau2.37 ,
en D. II. bladz. 34.
B 2