Boekgegevens
Titel: Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen, 18, 3
Auteur: Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: Corn. de Vries ; Hends van Munster en Zoon ; Johannes van der Hey, 1820
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: Beantwoording der prijsvraag: Welke zijn de meest doelmatige middelen, van dewelke men zich in het onderwijs en de opvoeding van het opkomende geslacht bedienen kan, ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijke Nederlandsche karakter ... / door Abraham Johannes Lastdrager
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 434 : 18 : 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205899
Onderwerp: Sociologie: cultuur: algemeen (sociologie)
Trefwoord: Nederlanders, Volkskarakter, Prijsvragen, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onderzoek naar de beste middelen ter vorming en bevestiging van het oorspronkelijk Nederlandsche karakter
Vorige scan Volgende scanScanned page
lo ^
jceworden, en duidt nog liet aloude karakter dior
eilanderen en hunner medeburgeren aan; geen Land
ter wereld, waar van ouds minder valschheid be-
flond dan hier. — Een woord een woord, ten man
een man gold voor eed of fchriftelijke belofte.
Daartoe droeg waarfchijnli.ik bij: de algcmeene werk-
zaamheid, Jpaarzaamheid en gejckiktheid tot ge-
regeld beßtlur van geldmiddelen, allen bronnen van
welvarendheid, en voorhenen bij alle rangen der
maatfchappij heerfchende. Men verachtte den lui
aard, doch verfchafte brood aan den arbcidzamen.
Hoe vele hier rijk gewordene vreemden zouden dit
niet kunnen getuigen! In alle zaken drongen de
Nederlanders dieper dan dé fchors door. Getuige
het aantal wijdberoemde Nederlandfche Geleerden;
getuige de menigte uitvindingen, door Nederlanders
gedaan; getuige hunne algemeene zucht voor en
faging in kunßen en wetcnfchappen. Welk Land
heeft zoo vele inrigtingen voor elk vak van be-
fchaafdheid, zonder onderfland des Beftuurs, alleen
door burgers, zien daarftellen, onderhouden en be-
giftigen? Ja, onze Voorouderen waren onvermoeid in
•winstgcvendtn arbeid. Het is waar, zij ßeten hun
leven- al zorgende en vf er kende, t^t het vergaderen
van fchattcn; maar zij konden ook een deel der
ivinsten afflaan tot nutte zaken of leniging van
der ttrtr.cn lot. Het is meermalen, door geloof-
waardige mannen, aangevoerd, dat men in geen
Land ter wereld zoo veel gefticliten van liefdadig-
heid aantreft, als bij ons; geene middelmatige of
kleine ftad, ja, geen dorp van eenig belang, of
men treft er weeshuizen en armbefturen aan , van
voorlang reeds bezig met de verzorging van ou-
derlooze kinderen en noodlijdende menfdien; onze
groote fteden vertoonen eene zoodanige reeks van
Godshuizen en liefdadige gedichten, dat de optelling
te groot zoude zijn, om alhier te kunnen woi'-
den ingelascht. (*) Een, naar evenredigheid, niot
min-
(*) Het getal der Godshuizen en gefticbten van lief-
dadigheid, van allerlei foort, bedraagt 614, waarin
4c,oco perfoiien onderhouden worden. (^Magazijn vuot
het Armenwezen y 1818, 1. D. bladz. 213.) Dit wordt
hier aangedipt, wijl derzelver oprigting en iiikomeir,
immers grootftendecls, van \orige eeuwen dagteekeneß.