Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
[§ 233] Teriaairoiiieu.
Dc meeste vertaalfouten, die de pasbeginners iu dc wereldtaal maken, zijn :
1) Veronaclitzaming van den vierden naamvals-uitgang ... i (.,. is).
2) ... ön y in plaats van ... o?ns, b.v. in den volzin: de mensclicn
denken.
3) ren, as, as, In plaats van ka, acliter een vergrootenden trapj
of omgekeerd: ka (in plaats van ven, as, as), waar geen vergrootendc
trap is.
4) (is, in plaats van lik{o), b.v. in den volzin: hoe leeft u?
5) öal, in plaats van semhal, voor het onbepalend lidwoord (een,
eene , een).
C) vóór het substantief staande adjectieven onveranderd gelaten.
7) ;,wie", in plaats van ;/Welkc" (menseh).
8) „gegaan", „gekomen", „geworden"
pc'^oXöl, pekömöl, j^evedy/,
in plaats van :
egolól, ekömöl, evedÖl.
[§ 234 ] Tertaal-ocrcniugeu
uit het Hollandsch in de Wereldtaal.
{^auiB al love]}o\ se pilk nedtmik in vola:^ïiU.)
1) Goeden dag, mijn vriend! Goeden morgen, heer tuinman!
Goeden avond, vrouw hospita! AVat hebt gij (*) goeds voor ons
te eten? Hoe is het weer vandaag? Morgen zal onze neef komen.
Gisteren was onze beste vriend hier. AVij hadden hem dure boeken
ten geschenke gegeven. Hij gaf aan onze vrienden reeds dikwijls
geld. Waar woont juffrouw Anna? Hare zuster is beter, dan haar
broeder.
2) Dertig goede boeken zijn ons liever, dan honderd negenenveer-
tig slechte. Breng mij het eerste, tweede, vijfde, zesde, zevende en
achtste werk! In de eerste plaats wensch ik in ieder huis vrede,
in de tweede plaats vlijt, in de derde plaats orde, en in de vierde
plaats ware meuschenliefde. Zevenmaal reeds zeide men u hetzelfde.
Kindereu! gaat altijd ordentelijk twee aan twee naar school en
kerk! Drievoudig is de tijd. Geef mij een paar nieuwe laarzen!
Scholieren, verdubbelt en verdrievoudigt uwe vlijt; want de tijden
zijn zeer slecht.
3) Ben ik dan niet meer uw vriend? Waart gij niet altijd in
(*) Overal, waar niet het tegendeel opgegeven wordt, moet «gij" ver-
taald worden in den wellevendheidsvorm.