Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
al versterkt de eenvoudige onbepaalde wijs, die met en
zonder „te" vertaald kan worden, b.v.:
lifön, leven, (of:) te leven;
al li.fün , om te leven.
2) al met de onbepaalde wijs wordt ook wel vertaald met „dan
dat", b.v. :
binom tu nobik al lifón (al bimn, rcdim tifel),
hij is te edel dan dat hij stelen zoude,
of in eenvoudiger Hollandsch:
hij is te edel o m t e stelen.
Het licclwooi-d {Ladyckabid).
[§ 202.] Het kenteeken van alle deelwoorden zonder eenige
uitzondering is (bedrijvend en lijdend) altijd öl, welk partikel
insgelijks, zonder koppelteeken, aan het stamwoord vastgehecht
wordt.
(Het kan echter ook aan de pronominale uitgangen van het
werkwoord vastgehecht worden, wanneer zulks ter meerdere dui-
delijkheid of juistheid van uitdrukking noodig schijnt.)
Voorbeelden:
liU/iil, treurende; lumöl, nattende; elutó'Z, gelucht hebbende;
omaföZi, zullende meten; pem&Müls (/ïeraatwtof«), getrouwde
vrouwen (dat is: gehuwd geworden zijnde vrouwelijke personen).
Vertaal:
den meester spelende (meester, masél); zullende bemiddelen
(dat is: tot stand brengen) (middel, med); gemedicineerd heb-
bende (medicijn, medin)-, eene vrouw, die gemaakt hebben zal
(zonder ji--, maken, mekön)-, mannen, die gebeterd geworden waren
(betering, menod; dit is het deelwoord lijdende vorm van den
meer dan volmaakt verleden tijd).
Op gelijke wijze laten zich deelwoorden vormen van den on-
volmaakt verleden tijd (imperfectum) en van den tweeden toeko-
menden tijd {futurum exactum), in den bedrij venden en in den
lijdenden vorm, dat wil zeggen: in alle personen, tijden en vor-
men [Welk een rijkdom volapüka\].
[§ 203.] Met -li en -la laten de deelwoorden zich ook in
den V r a g e n d e n vorm en in de aanvoegende w ij s
geven, b.v.:
etido{i)h-\\'? wellicht vrouwen, die geleerd hebben (dat is: die
onderricht gegeven hebben).