Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
lifomös!, hij moge leven !
muuofös], zij moge gezond worden!
lenadobsös fja\, dat wij toch mogen leeren!
rivpomkl, dat men vijle!, moge men vijlen!
amvolösl^ dat gij gered moget hebben!
Vertaal:
het moge zwijgen ! (het zwijgen : seiï)
gij nioget in veiligheid brengen! (veiligheid: sef)
dat zij niet oneenig maken ! (onecnigmaking: satel)
liij AVL'Uscht, dat ik uitkiezen moge! (keus: saviil)
O, dat u niet altijd spelen moget! (spel: fled).
[§ 199 ] »C luauitief
(Onbepaalde wijs: Stihsatahid.)
De Onbepaalde wijs is zonder uitzondering steeds dadelijk te
herkennen aan het partikel ön, dat achter aan het stamwoord
vastgebccht wordt.
NB. liet partikel ön kan echter ook vastgehecht worden aan de prono-
ininnlc uitgangen van het werkwoord, wanneer de duidelijklicid zulks vor-
dert of de meerdere juistheid van uitdrukking het toelaat, b.v,: kudoiön,
zorgen (van eene vrouw gezegd : haar zorgen).
Voorbeelden:
UnJdpöii, onthalen {Vrnklp , gastheer); paliegön , verrijkt worden
{Jiég, rijkdom); edalön, vergund hebben; eliiön , lichten zullen
{lit, licht); uïmm , vrijgemaakt zullen hebben (liv , vrijmaking).
Opgave:
Maak infinitieven van de volgende stam-substantieven:
woning (löd): wonen ; Avet (Ion): zullen vaststellen ; eigendom
(lö/i): tóebehooren ; lenijte (lonéd): verlengd geworden zijn; druif
(luf): geoogst zullen hebben.
'[§ 300.] Onder de verschillende talen der Indianen
in Amerika zijn er, waaraan de infinitief geheel en al ont-
breekt. Welke eene bedroevende armoede en gebrekkigheid in
alle levende talen !
Het jSlipinum (BiseinahO).
[§ 201.] 1) al met de onbepaalde wijs van het werkwoord
beteekent „om te", b.v.:
al meJcön, om te maken.