Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
zinnig zouden worden, doet men beter liet siil>«tail4ler, hetwelk
die voornaamwoorden moeten vervangen, zelf te herhalen; voornamelijk
is zulks noodig bij dingeu , minder bij personen. Bij v r o u w e 1 ij k e
personen zette men ji- (of o/-), bij dingen ...os (o5-). Menigmaal ook kan
men onduidelijkheid vermijden door vooropplaatsing van het woordje juist
(in Volapük uitgedrukt door verzachting van de vocaal, door ii. ö, ü), dus
door at in plaats van at, b.v.:
maan en zon zijn sterren; gene is kleiner dan deze:
mun e sol binoin stels\ et binom smalthm^ ka at,
of: eé hiiiom smalikum^ ka sol\
of: mun binom smaliktim, ka sol.
Over de keus tusschen die verschillende manieren om zich uit te drukken
beslist de d u i d e 1 ij k li e i d.
[§ 149.] Vragende voornaamwoorden,
{Pönops säköna.)
kim, wie? (mannelijk)
ji-kim {of-kim, kif), wie? (vrouwelijk)
kis, wat?
kiom, welke? (mannelijk)
kiof, welke? (vrouwelijk)
kios, welk? (onzijdig)
kimik, wat voor een?
Uk{6), hoe?
kiplad, waar?
kibid, in hoeverre?
Voorbeelden:
kim hinóm flen'^ wie is een vriend?
kis hinóm me?i? wat is de menseh?
blod kióm? welke broeder?
dom kimik? wat voor een huis?
lik hinóm pen? hoe is de pen?
Vertaal:
van wien is het huis? —wat is God? —wat voor menschen? —
waar is uw vriend? — hoe is de kunstenaar?
[§ 150.] Betrekkelyke voornaamwoorden.
{Pönops getefamik.)
kei, welke, die.
ji-kel (in dichtmaat ook kel-ji), welke, die,
kelós {„ „ ,, os'kél), hetwelk, dat.