Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
door de ßerlijuers in het ünitsch en door de Spanjaarden in het Spaansch,
te weten: dat zij den vierden naamval met den derden verwarren, liet
Hollandsche geval, waarop ik doel, betreft „herinneren", hetwelk beteekent
„weder te binnen brengen". Dit werkwoord regeert den vierden naamval
van het ding (evenals „hergeven" en meer andere) en den derden
naamval van den persoon. In weerwil hiervan hoort men duizenden
raaien uitdrukkingen als deze:
mag ik u aan uwe belofte herinneren?
hetgeen, met het zachtste woord genoemd, eene ongerijmdheid is; want
zoodoende zegt men :
mag ik u aan uwe belofte te binnen brengen,
in plaats van te zeggen:
mag ik u uwe belofte herinneren?
of wil men met alle geweld het woordje „aan" er bij gebruiken, dan be-
hoort men althans te zeggen :
mag ik uwe belofte aan u herinneren?
Dergelijke ongerijmdheden moeten in Volapük zorgvuldig woorden verme-
den : waar men den accusatief bezigen moet, mag men zich niet van den
datief bedienen.
NH. De eenvoudige en zeer gemakkelijke naamvals-uitgangen (Enkel-
voud: a, e, i\ — Meervoud: as, es^ is) geven overigens in Volapük eene
groote vrijheid inde woordvoeging, hetgeen alweder een
gewichtig voordeel is, dat onze wereldtaal ten zeerste aanbeveelt!
MEERVOUD (Plünum).
l§ 109.] Vorming van den meervouds - geueticr
{Foman kinidifala plwiunia.)
De genetief van liet meervoud eindigt altijd op as^ b.v.:
bad, het kwaad; badós^ der kwaden:
balib, de baard; halibds, der baarden;
ba7i, het bad; hajuU, der baden;
bat, de verlokking; bdtds, der verlokkingen;
bel, de berg; belas, der bergen.
Breng de volgende woorden in den genetief meervoud:
<jim, jas; jepcl (sjee-peel'), herder, veehoeder, seheper;
juk (sjoek), schoen; jul (sjoel), school; lad, hart.
[§ 110.] Vorming van den meervouds -daiicf-
(Fomam khmfala plunuma,)
De datief van het meervoud eindigt altijd op es, b.v.:
ben, genade; beyiés, aan de genaden;
bid, de soort; bidés, aan de soorten;