Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
[§ 105,] Vorming van den Derden naamval
van het Enkelvoud [aan wien?]
{Fomam khmfala hauuma [^mc?]).
De datief (dat is Derde naamval) van het enkelvoud eindigt
altijd op é, b.v.:
dlu, het ding; diné, aan het ding;
kap, het hoofd; kapc, aan het hoofd;
dut, de vlijt; duté, aan de vlijt;
cil (lees: dzjiel), een kind;
cilc, aan een kind;
lep, de aap; lepé, aan den aap.
Nli. Geef nu de volgende woorden in den datief enkelvoud:
flut, fluit5/o;^, bron; fot, bosch; fut, voet; gad, tuin.
[§ 106.] De datief wordt in vele levende talen menigmaal
niet uitgedrukt (zoo Hollandseh ,/aan", Transeh a, Engelsch to)
waardoor de volzin eigenlijk eene elliptische Avonlt. In Volapük
echter moet de datief steeds wel degelijk uitgedrukt worden, b.v.:
Eransch: je vous dis, ik zeg n:
Volapük: sagoh omé (niet omi),
Engelsch: / whh you, ik wensch u:
Volapük: mpoh onsé (niet oim).
[§ 107.] Vorming van den Vierden naamval
van het Enkelvoud [wien?]
(Fomam khnxfala hanima [to^i?]).
De accusatief (dat is Vierde naamval) van het enkelvoud
eindigt altijd op i, b.v.:
pencd, de brief; penedi, den brief;
flt, een visch; fiU, eenen viseh;
kanél, de kunstenaar; kaneli, den kunstenaar;
hakél, een bakker; hakeli, eenen bakker ;
hak, de rug; höki, den rug.
NB. Geef de volgende woorden in den accusatief enkelvoud:
giil, vrengde; gan, gans; gaséd, krant;
glaf, zwaard, degen; gild, groet.
[§ 108.] Vele Nederlanders (en daaronder zelfs hoogst beschaafde en
wetenschappelijk zeer ontwikkelde) hebben zich in een opzicht eene spraak-
kunstige ondeugd aangewend, die op veel grootere schaal bedreven wordt