Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
2r,
B. HET BIJZONDERE (PATIKOS).
[§96.] De ineei'VOInl V O r m i 11 g (Fomam pluimma).
Het kenmerk van liet meervoud is, aan het einde van het
woord, de letter s. In schier alle talen is dat het geval; doch
in alle talen zijn daarop tevens uitzonderingen, en zulks niet het
minst in onze moedertaal, b.v.:
„lepel
maar „vork"
„mes"
„kind"
heeft
maar
11"
„meisje"'
„vrouw"
„lepels",
„vorken",
„messen",
„kinderen",
„meisjes",
„vrouwen; enz.
Hoe gunstig onderscheidt zich dus ook in dit opzicht dc nieuwe
wereldtaal van alle andere talen! In Volapük vormen alle niet
op een sisklank uitgaande woorden, zonder uitzondering, liiin
meervoud door achteraanhechting van eene s, b.v.:
fat, vader; fats, vaders.
llod, broeder; blods, broeders.
dom, huis; doms, huizen.
men, menseh; mens, mensehen.
man, man;
mans, mannen.
NB. Vorm nu het meervoud van
doff (hond), dlim (droom), dun (daad), fel (vehl), zib (spijs).
EIGENNAMEN (NEMS lünik).
[§ 97.] Moet van eigennamen, die op een der vijf sis-
klanken («, j, e, X, z) uitgaan, een meervoud gevormd
worden, dan verdubbelt men eenvoudig de sis-letter, en
spreekt dan niet meer gerekt uit, maar kort en scherp, b.v.:
Mice (mitsj), Blejj (blesj),
Bariuss (da-ri-oes'), Sax (saks), 'Oz (hots).
[§ 98.] Om den regel voor de meervoudvorming
zoo te stellen, dat die zonder uitzondering is, zeggen wij eenvoudig:
1) In onze wereldtaal gaat het meervoud altijd uit op eenen
sisklank.
2) Heeft het enkelvoud (bij eigennamen) reeds eene s of
een anderen sisklank {j, c, x, z) aan het einde, dan wordt die
sis-letter verdubbeld, en de laatste lettergreep kort en scherp uit-
gesproken (Zie de voorbeelden in § 97).
3) Heeft het woord geen sisklank tot eindletter (en bij ver-