Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Kenmerken der tijden van de
LIJDENDE WERKWOORDEN,
vast te beeilten VÓÓI* aan den werkwoordsvorm.
31) In den Tegenwoordigen t ij d pa, b.v.:
pa^q/o/i, gij wordt bemind. [Aoristus pai. .
32) In den O n v o 1 m. verleden t ij d pji , b.v.:
päscZo«, men werd verkocht.
33) In den Volmaakt verleden tijd pe, b.v.:
jteJiladom», zij zijn gelezen geworden.
34) In uen Meer dan v o 1 m. v e r 1. tijd pi, b.v.:
jtVlogom, hij was gezien geworden.
^ 35) In den Eersten Toekomenden tijd po, b.v :
wij zullen vernieuwd worden.
36) In den Tweeden Toekomenden tijd pii, b.v.
^nstopon, men zal aangehouden geworden zijn.
37) Het kenmerk van de Aanvoegende wijs is de met
behulp van een koppelteeken achter aangehechte lettergreep
-la, b.v.:
pelób-la, dat ik betalen mochte.
38) De bij de G e b i e d e n d e w ij s achter aan te hechten
lettergreep is Ö(l, b.v.:
domolsöd, huist! [Ook wel ös! of ö>!J
89) De achter aan een woord vast te hechten lettergreep,
om er een werkwoord in de Onbepaalde w ij s van te vor-
men, is altijd ön, b.v.:
li/öu, leven.
40) De lettergreep, waarmede het deelwoord gevormd
wordt, is altijd het achter aangeheelite öl, b.v.:
fnlöl, vullende.
41) De lettergreep, die het kenmerk is eener vraag, is het
met behulp van een koppelteeken achter aangehechte-H, b.v.:
jitón-li, vischt men?
42) De eindlettergreep, waarmede de naam van een
stoffelijk voorwerp herschapen wordt in dien van eene hoedanig-
heid of eigenschap des geestes, is al, b.v.:
hap, hoofd; kapiil, verstand.