Boekgegevens
Titel: Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Auteur: Schleyer, Johann Martin; Bruin, Servaas de
Uitgave: 's-Gravenhage: IJkema, 1884
Arnhem: G.J. Thieme
Opmerking: Vert. van: Volapük. - 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 533 H 31
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205876
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: kunstmatige wereldtalen
Trefwoord: Volapük, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volapük, dat is de wereldtaal: spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
21) De uitgang der g e t a 1 s-a d j e c t i e v e n is ik, b.v.:
ceZik, zevenvoudig.
22) De uitgang der g e t a 1 s-su b s t a n t i e v e n is el, b.v.:
kileï, het (een) drietal, (de) drie.
23) De uitgang der g e t a 1 s-w e r k w o o r d e n is (in de
Onbepaalde wijs) ön, b.v.:
tc'l'ön, verdubbelen, vertweevoudigen.
24) De uitgangen der -werkwoorden zijn de vol-
gende :
ENKELVOUD.
1« persoon ol», b.v.: hbioh, ik ben.
2' persoon ol, b.v.: duuoV, gij doet.
.3«! persoon mannelijk oni, b.v.: fó/oui, tij bemint.
„ „ vrouwelijk of, b.v.: knuot, zij kan.
„ „ onzijdig os, b.v.: dalo^ , liet mag.
„ „ onbepaald on, b.v.: p//on. men wil.
„ „ wederkeerig ok, b.v.: leionok., men laat zich.
2« persoon wellevend onS, b.v.: ^roZonS, u gaat.
25) De werkwoords-uitgangen zijn in het
MEERVOUD.
1' persoon obs, b.v.: tiolobs, wij weten.
2« persoon ois, b.v.: p//iols, gij spreekt.
3"= persoon mannelijk OUl!^, b.v.:/)«/oniS, zij schrijven.
„ „ vrouwelijk ofs, b.v.: givofs, zij geven.
„ „ wederkeerig oks, b.v.: zij kleeden zich
klotomsok (Ho^?«ok.s).
Kenmerken der tijden van de
BEDRIJVENDE WERKWOORDEN,
vast te hechten vóór aan den werkwoordsvorm.
26) In den Onvolmaakt verleden tijd b.v.:
a./™oi, gij eindigdet. [Aoristus: al...]
27) In den Volmaakt verleden tijd e, b.v.:
Ci/' i^Oin , hij heeft bekomen (ontvangen).
28) In den Meer dan v o 1 m. v e r 1. tijd i, b.v.:
ïplanot, zij had geplant.
29) In den Eersten Toekomenden tijd O, b.v.:
ndliimhs, wij zullen drinken.
30) In den Tweeden Toekomenden t ij d i|, b.v.:
U/iv/joniS, zij zullen gehouden hebben.